HILVERSUM – Ook OpStand heeft vóór de beleidsnota tegen discriminatie gestemd, voor inclusie en méér sociale cohesie. Met tegenzin, maar wat kon ik anders. Al was het 1 april, discriminatie en uitsluiting zijn te belangrijk. Mijn kritiek blijft: de beleidsnota is je reinste afschuifpolitiek, verpakt in een jasje van mistige beleidstaal.
Geen wethouder in dit rechtse college met wat Goois-linkse steun (inclusief de SP) beheerst zo de gave van veel praten en weinig zeggen als Jacqueline Kalk (PvdA of stiekem toch al GroenLinks, dan wel Pro?). Hoe krijg je het voor elkaar om drie onderwerpen die raakvlakken hebben maar toch over iets heel anders gaan op één hoop te vegen… met als conclusie: daar is een extra ambtenaar voor nodig om met ambtenaren aan tafel te gaan? En dat voor een ton per jaar.
Dat je niet mag discrimineren op grond van kleur, sekse, gender, geloof, afkomst enzovoort is nota bene het eerste artikel van onze Grondwet. Wie dat uitgangspunt niet accepteert, keert zich van onze samenleving af. En het is aan onze wethouders erop toe toe zien dat deze essentiële wet wordt nageleefd, zonodig afgedwongen. Daar worden ze voor betaald, en goed ook. Ik weet, de werkelijkheid is soms weerbarstig. Een zetje is soms nodig. Daarom was OpStand.nu mede-indiener van de motie ‘Geen talent onbenut’ van D66’ers Vivienne Wesselink: een oproep om actief en gericht stagediscriminatie tegen te gaan. Alleen het afgesplitste BVNL-raadslid Durlacher stemde tegen.
De beleidsnota Inclusie en Antidiscriminatie 2027-2030 werd met algemene stemmen aangenomen. Nu nog uitvoeren. Daar wringt meteen de kous, want alles wat in deze nota staat is allang beleid en vaak zelfs wet. Probleem is dat Hilversum het liever bij mooie woorden houdt als het om antidiscriminatie, inclusie en sociale samenhang in de wijken gaat. Toegankelijkheid van de openbare ruimte, om maar één ding te noemen, is vooral een kwestie van de wet naleven oftewel handhaven. Zorgen dat mensen uit verschillende milieus elkaar ontmoeten is van hetzelfde laken een pak. Bouw sociaal, niet alleen in toch al kwetsbare wijken maar ook in de sjieke buurten. Opvang vluchtelingen en doorstroming statushouders? Prima, want dat is onze plicht. Mag dat ook eens in de wijk Trompenberg?
OpStand.nu vindt deze beleidsnota vooral beschrijven wat allang praktijk had moeten zijn. Stop met kletsen, pak gewoon aan! Een wijzigingsvoorstel (amendement) om geld voor nog meer intern ‘gebabbel’ aan echte maatregelen te besteden haalde het niet. SP-voorman Paul Vonk vond het amendement en mijn toelichting ’te negatief’. Oordeel zelf:
‘In papier kun je niet wonen’
‘Als PvdA’er weet onze wethouder natuurlijk als geen ander op wie de titel van mijn amendement (In papier kun je niet wonen, oftewel voer gewoon uit) slaat. Ook Jan Schaefer, de beroemde Mokumse banketbakker – tegenwoordig zeggen we liever ‘praktisch opgeleide’, alsof iemand zich voor zijn vak zou moeten schamen – hield van aanpakken. Zeker als wethouder en staatssecretaris voor volkshuisvesting. In die rol deed hij zijn vermaarde uitspraak ‘in gelul kan je niet wonen’. Minder bekend misschien is zijn ietwat cynische vraag ‘is dit beleid of is hierover nagedacht?’. Die vraag kwam bij mij op toen ik mij door de Hilversumse Beleidsnota Inclusie en Antidiscriminatie heen worstelde. Complimenten aan de opsteller, want het is niet niks om zoveel zaken die onderling zo weinig en toch ook zoveel met elkaar te maken hebben bij elkaar te moeten vegen. Ik heb daar in de commissie wat serieuze woorden aan willen wijden, maar vanwege het weinig inclusieve karakter van die vergadering kwam ik helaas tijd te kort. Mijn les geleerd zal ik het nu maar kort houden. Kun je tegen antidiscriminatiebeleid zijn? Absoluut niet. Lees artikel 1 van de Grondwet. Kun je tegen inclusie zijn? Natuurlijk niet, lees mijn schriftelijke vragen over parkeren op de stoep… en dat is maar één voorbeeld. Of tegen gemengde wijken en meer voorzieningen waar mensen elkaar kunnen ontmoeten? Ook daar heb ik genoeg woorden over gehad met de wethouder. Maar juist omdat ik dit alles zo serieus neem kan ik niet zomaar akkoord gaan met het verspillen van nog meer tijd, geklets en geld in plaats van gewoon uw werk doen, zoals de wet van ons verlangt. Daarom mijn motie die bedoeld is om zonder het kind met het badwater weg te gooien nu eens echt aan het werk te gaan met antidiscriminatie, inclusie en sociale samenhang.’
Het amendement (zie hieronder) vond geen enkele medestander. Waarom niet? Te negatief van toon, vond SP-voorman Paul Vonk. Zou het zijn omdat Vonk sowieso weinig met inclusie heeft? Hij stelde al eens voor om de stoep in de fietstunnel weg te halen. Hij heeft bijna zijn zin: de stoep onder de tunnel loopt alweer een tijdje dood tegen een dranghek. Arme voetganger en rolstoeler, zoek het maar uit tussen de bakfietsen en fatbikes. Enfin, oordeel zelf of het OpStand-wijzigingsvoorstel echt zo negatief was:


