Afgesplitst, maar wie is hier eigenlijk de ‘zetelrover’? (pas op: longread)

HILVERSUM – De wet is helder: je wordt als volksvertegenwoordiger gekozen en beëdigd. De zetel behoort niemand anders toe dan jou, dus niet de partij en niet de fractie. Dat partijen daar soms anders over denken en partijverlaters nogal smadelijk en weinig democratisch van ‘zetelroof’ beschuldigen, zegt meer over die partijen dan over het gekozen raads- of Kamerlid.

Ze zijn zo oud als de weg naar Rome: volksvertegenwoordigers die halverwege de rit besluiten om buiten de fractie verder te gaan. Vaak alleen, soms met wat gelijkgestemden. Je ziet het in de Kamer (denk aan Denk of aan de vele afsplitsingen rechts van de VVD) en zeker ook in gemeenteraden. Juist daar, waar enig verband met de opkomst van lokale, soms nogal (rechts-)populistische partijen wellicht voor de hand ligt.

Hilversum is geen uitzondering. Integendeel. Afgelopen twee raadsperiodes (’18-’22 en ’22-’26) scheidden de volgende raadsleden zich af van hun fractie c.q. partij: ex-raadslid/huidig wethouder Edwin Göbbels (D66), ex-raadslid Henk Blok (Hart voor Hilversum) en de huidige raadsleden Carolien Jansson (Hart voor Hilversum), Hakan Koç (Hart voor Hilversum), Fréderique Durlacher (BVNL), Joop Lahaise (PvdA), Abdellatif Zaabat (D66), Haitske van de Linde (VVD) en meest recent Haidar al Ibrahim (GroenLinks). In 2022 begonnen met 10 fracties telt de 37-koppige Hilversumse gemeenteraad er inmiddels maar liefst 14.

Bij laatstgenoemd afsplitser moet worden aangetekend dat hij nooit voor GroenLinks in de raad zat. Als nummer 8 op de lijst kwam Haidar al Ibrahim pas in beeld toen GroenLinkser Sebastiaan Hexspoor in januari 2026 wegens persoonlijke omstandigheden, in goede harmonie fractie én raad verliet. Diens vervanger bleek zich echter al kort na de verkiezingen van 2022 van GroenLinks te hebben vervreemd en maakte niettemin aanspraak op zijn zetel. Pech voor GroenLinks.

Al Ibrahim profileert zich nu als Sociaal-Conservatieve Beweging. Niet netjes van deze nieuwkomer, oordeelt menigeen. Anderzijds kunnen net zo goed vragen worden gesteld bij de kandidatenselectie van GroenLinks. Niemand anders dan de partij is namelijk verantwoordelijk voor het samenstellen van de kieslijst. Van een relatief grote en ervaren partij als GroenLinks mag je enige HR-kennis verwachten. Mensen verschieten doorgaans niet van de ene op de andere dag van politieke kleur, van progressief naar conservatief. Enige verdenking van electoraal opportunisme of – op z’n best naïef – identitarisme lijkt niet vergezocht.

Een bijna even jonge loot aan de stam der afsplitsers maar daarom niet minder opvallend is ex-VVD’er Haitske van de Linde. Haar verhaal is feitelijk niet dat van een ‘afsplitser’ maar van een fractielid dat niet langer welkom was in de eigen club. In reactie besloot ze haar raadszetel niet op te geven en zelfs ‘gewoon’ als VVD’er door te gaan, met het wettelijk en wellicht ook moreel gelijk aan haar zijde. Als verklaring gaf ze aan zich nog steeds honderd procent VVD’er te voelen… tot zeer recent. Mede vanwege een standpunt van het landelijk bestuur hield ze het een paar maanden vol als ‘eerste VVD-fractie’ om uiteindelijk toch onder eigen naam door te gaan.

Saillant: Ook Haitske van de Linde verklaarde zich voordien én nadien, in elk geval tegenover ondergetekende geen fan te zijn van afsplitsers die hun zetel niet wensten af te staan.

Een dubbele moraal is de politiek niet vreemd. Dat zeg ik met tegenzin, want het voedt antidemocratische sentimenten. Neem BVNL-verlater Fréderique Durlacher. Destijds meegelift op de kortstondige populariteit van Sybren van Haga – de Haarlemse huisjesmelker (ex-VVD) – van wie ook Durlacher consequent de loftrompet stak, brak ze halverwege de raadsperiode met BVNL toen het Van Haga minder voor de wind ging. Tegen NH Nieuws verklaarde ze: ‘Ik merk dat we (…) ergens op de weg een andere afslag hebben genomen. We zijn genuanceerder dan het rechtse geluid van BVNL.’ Geen reden om haar zetel op te geven.

Oprecht verontwaardigd?

Oprechte verontwaardiging over ‘zetelrovers’ lijkt onderdeel van het spel. Neem Democraten Hilversum, opgericht door D66-verlater Edwin Göbbels, die zich inmiddels wethouder mag noemen. Dat succes dankt hij niet in de laatste plaats aan twee andere afsplitsers, die al vroeg in deze raadsperiode (2022-2026) van zijn oorspronkelijk driekoppige DH een heuse vijfmansfractie maakten. Raadsleden Hakan Koç en Carolien Jansson zagen er geen gat in om het verkiezingsprogramma van Hart voor Hilversum (HvH), waarmee ze in de raad waren gekozen, in te ruilen voor dat van Edwin Göbbels’ Democraten Hilversum (met D66-wortels). Zo werd DH zomaar twee extra zetels in de schoot geworpen. Coalitiepartij HvH raakte verder in het nauw doordat haar ex-SP-wethouder Karin Walters onverwacht naar Poetins Rusland emigreerde, en moest haar twee plekken in het college aan nota bene DH en PvdA-kanon Jacqueline Kalk afstaan.

D66 is weliswaar geen hofleverancier maar ook geen kleine partij als het om weglopers gaat. In 2016 zagen de Hilversumse liberalen Fatih Demirkan opstappen, om zelfstandig door te gaan. Hem werd passiviteit verweten, tot en met opvallende afwezigheid. Dat verwijt kon afsplitser Edwin Göbbels zeker niet worden gemaakt. IJverig zette hij zich als oppositieleider in tegen de verstedelijking van zijn ‘dorp’ annex tuinstad, om daarna als wethouder juist snoeihard op zoveel mogelijk verstening en hoogbouw in te zetten. Sommige raadsleden zien in het vorig jaar afgescheiden D66-fractielid Abdellatif Zaabat wel een herhaling van wat D66 eerder met Demirkan overkwam. Toch geldt ook hier: het is de partij, respectievelijk de afdeling en niemand anders die voor de selectie van kandidaten verantwoordelijk is.

In je eentje tegen de rest

Waarom verlaat iemand zijn fractie, met vaak ook nog een vernederend royement uit de partij als bijvangst? Ik kan erover meepraten. Onvrede met de koers, zoals Durlacher, Göbbels, Van de Linde en misschien nog enkele Hilversumse collega’s, lijkt een wat simpele verklaring die dan ook zelden de lading dekt. Wat mijzelf betreft teken ik daar nog bij aan dat het lokale PvdA-verkiezingsprogramma 2018 zo goed als volledig van mijn hand was en ik ook stevig mocht bijdragen aan dat voor de gemeenteraadsverkiezingen van 2022.

Overigens kwam ik pas in de Hilversumse raad na het onverwachte vertrek van fractievoorzitter Femke van Drooge, amper een half jaar na de verkiezingen. Voor een derde zetel hadden we niet genoeg stemmen, al scheelde het maar heel weinig. Daarvoor was ik al commissiewoordvoerder, dus bepaald geen onbekende in de fractie. Het huidige en nog enige zittende PvdA-raadslid Kees Bakker stond achter mij op de lijst. Hij moest wat meer geduld hebben en kwam er pas in nadat Van Drooge’s opvolgster Jacqueline Kalk de door haar zo fel begeerde wethouderspost mocht innemen. Dat maakte mij fractievoorzitter… zij het niet van harte. Tussen Kalk en mij broeide het al langer, in wat men wel aanduidt met incompatibilité d’humeur, oftewel onverenigbaarheid van karakters.

Al tijdens de verkennende coalitiebesprekingen bleek mijn fractievoorzitterschap niet vanzelfsprekend, in elk geval niet voor Kalk en Bakker. Mij werd, in meest indirecte termen, een weinig meegaande opstelling verweten, met name op het gevoelige parkeerdossier en stedelijke ontwikkeling. Ook vond men mij te kritisch over de fusie met GroenLinks. Mijn directheid bleek een kapstok om op een vertrouwenscrisis aan te sturen, onder aanvoering van Kees Bakker en afdelingsbestuurder Cor Calis, met als apotheose het verzoek om mijn raadszetel bij de partij in te leveren. In ruil zou ik mettertijd op een functie elders kunnen rekenen, als bestuurslid of wie weet op een of andere lijst (waar het afdelingsbestuur niet over ging). Dat soort duistere beloftes maakte op mij weinig indruk; de vertrouwenscrisis was inmiddels volledig wederzijds.

Blaming the victim

Waarom andere in dit artikel genoemde fractieverlaters en overstappers tot hun besluit kwamen, is aan hen om toe te lichten. VVD’er Haitske van de Linde was er open over. Niet zijzelf, maar haar fractie was tot de conclusie gekomen dat ze niet samen verder konden. Ook hier de geur van incompatibilité d’humeur. Ondanks kritiek op de landelijke VVD-koers bleef Van de Linde haar partij trouw en probeerde zelfs nog op de lijst voor de Tweede Kamer te komen. Haar loyaliteit werd niet beloond. Ook voor mijzelf geldt dat ik, mét eveneens de nodige kritiek op het PvdA-beleid, niet ben opgestapt om een fundamenteel, politiek verschil van mening over de koers. Ik was en blijf sociaaldemocraat. Daarbij slaat de PvdA zichzelf graag op de borst als een brede partij, met ruimte voor kritische geluiden…

In iedere andere organisatie en in het bedrijfsleven geldt sedert wat jaren de regel dat niet het slachtoffer van grensoverschrijdend gedrag, bullying of een autoritaire stijl van leidinggeven automatisch het veld moet ruimen, maar juist bescherming geniet. In elk geval op papier. Daar zijn protocollen voor. Bij de PvdA (GL-PvdA) lijken die vooralsnog een wassen neus, hooguit bedoeld om stoom af te blazen. Klokkenluiders genieten wettelijke bescherming tegen benadeling vanwege het uiten van kritiek of het aan de kaak stellen van een misstand. Bij politieke partijen wordt daar kennelijk anders over gedacht. Je hebt je mond te houden of anders je zetel maar af te staan aan een braver partijlid. Waar werkgevers vaak makkelijk wegkomen met het wegpesten van ‘vervelende’ medewerkers – al dan niet door afkoop met een zogeheten vaststellingsovereenkomst – hebben politieke partijen de pech dat volksvertegenwoordigers wel serieus door de wet worden beschermd.

De partij als ‘zeteldief’

De Grondwet stelt in artikel 67, derde lid: ‘De leden stemmen zonder last.’ En in artikel 129: ‘De leden van provinciale staten en van de gemeenteraad worden rechtstreeks gekozen door de Nederlanders, tevens ingezetenen van de provincie onderscheidenlijk de gemeente, die voldoen aan de vereisten die gelden voor de verkiezing van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Voor het lidmaatschap gelden dezelfde vereisten. Het zesde lid van artikel 129 herhaalt: ‘De leden stemmen zonder last.’ Niet partij of fractie behoort de zetel toe, maar het gekozen raadslid.

Tegenargumenten: kiezersbedrog

Maar hoe zit het dan met morele bezwaren tegen het afplitsen of overstappen? Is er dan geen sprake van kiezersbedrog? Om met de overstapper te beginnen:

Stelling: De ‘overstapper’, dus wie tussentijds van de ene partij naar de andere overstapt, kan worden verweten het ene programma voor het andere te hebben ingeruild en daarmee kiezersbedrog te hebben gepleegd. Dat valt misschien mee als de programma’s nauwelijks van elkaar verschillen. Maar op zich lijkt de stelling terecht dat hier tenminste in zekere zin sprake is van kiezersbedrog. Toch mag ook hier een kanttekening worden gemaakt: wie in Hilversum in 2022 op HvH’ers Hakan Koç of Carolien Jansson stemde, weet ze nog steeds door hen vertegenwoordigd én kan ze op hun standpunten afrekenen.

Stelling: De afsplitser, zeker wanneer die niet met genoeg voorkeurstemmen in de raad is gekozen, neemt stemmen mee die nooit voor hem of haar waren bedoeld, doch voor de partij. Daar valt wat voor te zeggen, maar toch ook geldt ook hier dat de afsplitser weliswaar afscheid heeft genomen van zijn partij maar daarmee niet per se van zijn principes of het programma waarmee hij is gekozen. Ook van Al Ibrahim staat nog niet vast dat hij als raadslid een wezenlijk andere koers zal varen dan hij als GroenLinkser zou hebben gedaan. In zijn geval is juist flagranter dat GroenLinks enthousiast meeging met Durlachers verzoek om zijn toelating in stemming te brengen. Dat was een opmerkelijk verbond tussen een partij die inclusie en multiculturaliteit predikt en een raadslid dat daar eerder diametraal tegenover lijkt te staan. Ideologische principes bleken weer eens boterzacht.

Stelling: Mensen stemmen op een partij, niet op een persoon. Voor heel veel kiezers, misschien wel de meeste gaat dit zeker op. Tegelijkertijd is het een gelegenheidsargument. Zie alleen al de juist in progressieve kringen populaire oproep ‘stem op een vrouw’, of iemand van kleur, of LHBTI’er. Ook de populariteit van een politicus weegt soms zwaarder dan enige voorkeur voor een bepaalde partij. Nieuw is dat niet. Het populaire communistische Kamerlid Marcus Bakker haalde in de jaren ’70 stemmen op bij kiezers die weinig met de CPN op hadden. Recenter deed Rob Jetten het opvallend goed bij GL-PvdA’ers.

Stelling: Wie zich afsplitst profiteert ten onrechte van de inzet van zijn partij en ex-partijgenoten. Maar wat als de afsplitser juist zelf een van de meer actieve fractieleden was en een uitgesproken vertegenwoordiger van waar de partij voor staat? Dan is het misschien eerder andersom.

Ten slotte, de beschuldiging van kiezersbedrog is nogal wat. Ze wordt hoe dan ook niet door de wet ondersteund. Je kunt je afvragen waarom de wet dit zo heeft bepaald. Een raadszetel – ieder zetel van een volksvertegenwoorder – hoort aan de persoon en niet de partij. Ons democratische kiesstelsel is gebaseerd op persoonlijke vertegenwoordiging. Dit is verankerd in de Grondwet en de Gemeentewet. Het idee is dat volksvertegenwoordigers hun taak naar eer en geweten uitoefenen, zonder aan partijleiding of wie dan ook te moeten gehoorzamen. Dat heet ‘zonder last’. Nu nog zonder laster.

Kun je tegen een Blijf-van-mijn-lijfhuis zijn?

HILVERSUM – De gemeenteraad nam woensdag 28 januari bijna...

Ook nieuw raadslid beschadigd

HILVERSUM – Niet alleen beoogd commissielid Henk Blok moest...

Natuurmonumenten versteent boslaan (update)

HILVERSUM – De prachtige Corverslaan aan de rand van...

Bianca Verweij (SP) stapt op

HILVERSUM – SP-gemeenteraadslid Bianca Verweij (SP) geeft haar zetel...

Krokettensoap haalt NOS-Journaal

HILVERSUM – Eenmansfractie Fréderique Durlacher is gelukt wat GroenLinks-fractievoorzitter...

Talpa breidt uit in Hilversum

HILVERSUM – In weerwil van bijna dagelijkse gossip in...