Joop Lahaise

Joop Lahaise

“Een voornaam om trots op te zijn, denkend aan die andere PvdA’er uit Hilversum Joop den Uyl.” De populaire PvdA-voorman uit de jaren ’70 en ’80 en minister-president (1973-1977) van het enige progressieve kabinet dat Nederland ooit heeft geregeerd. Joop Lahaise: “Toch krijgt links nog steeds de schuld van zo’n beetje alles. Bijna grappig, als het niet zo triest was. Nee, ik kijk zeker niet om in wrok als het om de PvdA gaat.”

Joop Lahaise is sinds eind 2022 gemeenteraadslid in Hilversum. De gemeenteraadsverkiezingen van dat jaar leverden de PvdA net geen drie maar slechts twee zetels op. Door het onverwacht snelle vertrek van fractievoorzitter Femke van Drooge kwam Joop alsnog in de raad. Hij was al eens commissiewoordvoerder stedelijke ontwikkeling, wonen, verkeer en media. Tot ieders verrassing trad de PvdA anderhalf jaar later zelfs toe tot het college, met Jacqueline Kalk als wethouder.

Waarom afgesplitst? “Fractie en afdelingsbestuur en niet in de laatste plaats de wethouders waren bang dat ik onze collegedeelname in gevaar zou brengen. Men vond mij te kritisch, ook over de fusie met GroenLinks. Daar was ik niet per se op tegen, maar ik waarschuwde voor het risico het contact met de ‘gewone man (m/v)’ nog meer te verliezen. Over collegedeelname: meebesturen is goed, maar niet tot elke prijs. Zo was ik zeer kritisch op de gewijzigde plannen voor Bruisend Hart, woonlastenstijging voor Hilversummers vanwege het inlijven van Wijdemeren en het parkeerbeleid. Vooral dat laatste kwam de coalitie slecht uit, met de herbenoeming van GroenLinks-wethouder ‘parkeren’ Bart Heller in het verschiet. Het afdelingsbestuur verzocht mij mijn zetel af te staan. Je reinste zetelroof, ook gelet op mijn inzet voor de partij en als fractievoorzitter.”

Als onafhankelijk raadslid volgt Joop op hoofdlijnen het verkiezingsprogramma van de PvdA maar veroorlooft zich als zelfstandig raadslid zelfs meer kritiek op ondoordachte plannen als Bruisend Hart, Arenapark, het volbouwen van Oost, gettovorming in Zuid-West, het niet aanpakken van gevaarlijke verkeerssituaties en de uitvoering van het betaald parkeren.

“Ik zie een prachtige gemeente in het groen, maar ook een plaats waar de verschillen soms erg groot zijn. Volle woonwijken mogen nog meer worden volgebouwd, maar kom niet aan het Heksenweitje want daar laten villabewoners hun hond uit. Terwijl daar, op gemeentegrond, plek is voor woningbouw. Dat hoeft echt niet al het groen op te slokken. En dan de hoge laaggeletterdheid in deze welvarende gemeente. Om je rot te schamen. We kiezen voor megaprojecten zoals Arenapark en het Stationsgebied maar voor een betere verbinding tussen centrum en Oost is geen geld. Ook was Oost geen sportzaal voor Wasmeer, IKC Villa Vrolik en de buurt gegund, terwijl het aantal sportvoorzieningen in die wijk benedenmaats is.”

Een vrije sociaaldemocraat

Joops wieg stond in de Elzas, in een voorstadje van Straatsburg. Hij groeide echter op in het Brabantse Halsteren en in Beverwijk. “Een wat ruige industriestad, onder de rook van de Hoogovens (Tata Steel). Mijn ouders waren gescheiden. Mijn moeder voedde mij alleen op. Echt arm waren we niet, maar ook allesbehalve rijk. Door mijn moeder zag ik het belang van verheffing, van kansen krijgen. Zij maakte mij politiek bewust. Zo was ik al jong actief tegen de Vietnamoorlog, apartheid in Zuid-Afrika en uitbuiting van de Derde Wereld.” Het was ook de tijd van de Club van Rome, die al in de jaren ’70 waarschuwde voor een milieu- en klimaatcatastrofe. Helaas tevergeefs.

“Wat dat laatste betreft, durf ik mij van GroenLinks/PvdA te onderscheiden. Groei kan niet eindeloos doorgaan, zonder onze aarde naar de bliksem te helpen. Maar je kunt de verantwoordelijkheid voor een beter milieu niet bij burgers neerleggen. Bovendien, wie rood staat, kan niet groen doen. We moeten naar een ander economisch model. Daarbij is de huidige economie te afhankelijk van massamigratie, van goedkope importarbeid als verkapte slavernij. Een klein land als Nederland, dat deels onder de zeespiegel ligt, kan niet blijven groeien zonder daar een hoge prijs voor te betalen. Er zijn grenzen aan de groei. Economie moet de samenleving dienen, niet andersom.”

“Waar mijn moeder mij ook in inspireerde, is het idee van vrijsocialisme. De overheid, dat ben jij! Zo zou het moeten zijn. Een overheid die namens ons regelt wat we beter niet aan de markt kunnen overlaten zoals zorg, onderwijs, openbaar vervoer, energie, volkshuisvesting en infrastructuur. Daar is zeker ruimte voor ondernemerschap. Juist, want een overheid die zelf verantwoordelijkheid neemt hoeft het niet van bureaucratische regeltjes te hebben. Het is nu te vaak ‘computer says no’. Een overheid die haar hand overspeelt in controledrift leidt tot vervreemding én verrechtsing. Vrijsocialisme betekent ook dat je niet klakkeloos achter autoriteiten aanholt, wereldlijk noch kerkelijk.”

Ferdinand Domela Nieuwenhuis was de grondlegger van het Nederlandse vrijsocialisme. Ook de sociaaldemocratische PvdA is hem schatplichtig. Domela Nieuwenhuis sleet zijn laatste jaren in Hilversum. Het Domela Nieuwenhuisplein – in feite een plantsoen zonder huisadressen in de Burgemeester Schooklaan – herinnert daaraan. “De titel van zijn eerste blad was Recht voor Allen. Dat is een titel die mij zeer aanspreekt. Dat zou een verkiezingsmotto kunnen zijn.”

Amsterdam

Aan zijn middelbare school in Beverwijk heeft Joop prettige herinneringen, al was hij niet de braafste leerling. “We vermaakten ons te goed, maar ik leerde toch ook veel en daar ben ik mijn leraren dankbaar voor. Er lag een sterke nadruk op algemene ontwikkeling, binnen vakken als Nederlands, moderne talen, geschiedenis, maatschappijleer, godsdienst, muziek en aardrijkskunde. We keken ook op tegen onze docenten.”

Na het behalen van zijn havo-diploma werd Joop leerling-journalist, had daarna verschillende baantjes en haalde in één jaar zijn vwo-diploma, waarna hij aan de Universiteit van Amsterdam kon gaan studeren. Aanvankelijk psychologie, maar al snel (1979) Nederlandse taal- en letterkunde. Zo belandde hij in Amsterdam.

Joop studeerde in 1984 af als taalonderzoeker (taalbeheersing) met bijvakken massacommunicatie en persgeschiedenis. Hij kwam aanvankelijk voor de klas te staan als docent Nederlands, schreef soms voor het voormalige CPN-dagblad De Waarheid en kreeg in 1989 een aanstelling als mediaonderzoeker, projectleider en perswoordvoerder bij de landelijke stichting Anti Discriminatie Overleg in Utrecht. “In die tijd kwam ik met enige regelmaat in Hilversum, op werkbezoek bij nieuwsredacties en soms voor een optreden in een actualiteitenprogramma.”

“Na tien jaar werd het tijd voor wat anders. Ik wilde graag weer de actieve journalistiek in. Die kans deed zich voor bij het Amsterdams Stadsblad (Parool/Weekmedia).” Toen na een jaar of zes het doek viel voor die krant als zelfstandig nieuwsblad, met journalistieke waarden hoog in het vaandel, brak een nieuwe periode aan. “Door mijn werk als stadsverslaggever (eindredacteur en redactiechef) had ik Amsterdam beter leren kennen. De SP vroeg of ik mij wilde kandideren voor de stadsdeelraad van Amsterdam-Centrum. Zo begon mijn politieke loopbaan.”

In between jobs was Joop ook nog een jaar lang leraar Nederlands op een islamitische havo/vwo in Amsterdam Slotervaart. “Ik had daar alle vrijheid die ik als docent nodig had en koester fijne herinneringen aan de leerlingen en aan collega’s, ondanks soms wat orthodoxe geloofsopvattingen. Het mooie is dat jongeren vaak toch hun eigen weg vinden, al zijn ze nog zo streng opgevoed.”

Joop zat van 2006 tot 2016 in de stadsdeelraad van Amsterdam-Centrum. De deelraad was de laatste twee jaar wel gedegradeerd tot bestuurscommissie. “Jammer, want de oorspronkelijke stadsdeelraad was een volwaardige raad, die alleen niet over grootstedelijke onderwerpen ging. Daar ging de gemeenteraad over.” Democratischer dan het huidige systeem met bestuurscommissies, vindt Joop nog steeds. “De drempel voor bewoners was lager, er was meer inspraak, raadsleden wisten wat er in hun stadsdeel speelde en hadden een mandaat plus budget om zaken ten goede te veranderen.” Zo’n model zou ook voor het straks grotere Hilversum met de dorpskernen van Wijdemeren kunnen werken.

Na één jaar de SP te hebben gediend, ging Joop zelfstandig door en kwam voor de daarop volgende twee verkiezingen als PvdA’er terug in de deelraad. Al met zou hij namens die partij meer dan acht jaar raadslid zijn, in Amsterdam en Hilversum, plus een paar jaar commissiewoordvoerder in die laatste gemeente.

“Als hoofdredacteur en zakelijk leider van MUG Magazine, het maandblad ‘van, voor en door’ Amsterdams minima, leerde ik ook de armere kant Amsterdam beter kennen. De verhalen die ik daar hoorde en waar ik ook zelf over schreef, sterkten mij alleen maar in mijn linkse ideeën. Laat ik zeggen dat de kindertoeslagaffaire niet als een verrassing kwam. Die zwarte bladzijde in ons sociale verleden laat zien waar bureaucratisch overheidsdenken en veel te complexe regelingen toe leiden.”

Een ernstige ziekte (auto-immune limbische encefalitis) maakte een voortijdig eind aan zijn journalistieke loopbaan. Ondertussen hadden Joop en zijn echtgenote Iris het nogal toeristische Amsterdam-Centrum verruild voor een jaren ’30-woning in Hilversum-Oost. “Geen dag spijt van, al zal Mokum altijd een bijzondere plek in ons hart houden.” Uit een eerdere relatie heeft Joop één zoon. Hij mag zich inmiddels grootvader noemen. “Onze zoon is in Hilversum getrouwd, in Dudoks raadhuis.”

Hilversum mediastad

“Wat ik met Hilversum heb? Heel veel. Prachtig gelegen in het groen, vlakbij Amsterdam en Utrecht, uitstekend bereikbaar per openbaar vervoer én auto. Een vriendelijke bevolking, mensen die naar elkaar omkijken. En natuurlijk de mediastad, met alle creativiteit daaromheen. Daar heb ik als oud-journalist en mediaonderzoeker zeker wat mee. Onafhankelijke, liefst publieke media zijn de pijlers van onze democratie en belangrijke dragers van onze cultuur. Graag blijf ik mij inzetten voor mediastad Hilversum. Daar is echt nog werk aan de winkel.”

Stad of dorp? “Tja, dat leeft nogal, ontdekte ik toen we hier bijna tien jaar geleden kwamen wonen. Inmiddels zeggen wij ook dat we ‘naar het dorp gaan’ als we het centrum bedoelen. Maar wees nou eerlijk, hoezo is een gemeente van bijna 100.000 en straks met Wijdemeren 120.000 inwoners géén stad? We hebben een eigen ziekenhuis, een internationaal geroemd mediapark, diverse hoofdkantoren, een MCO, een hortus én een pinetum (bomentuin), maar liefst drie stations, volop goede scholen en natuurlijk dat onvolprezen raadhuis van meneer Dudok. Ik ben dol op architectuur en dus ook een enorme fan van Zonnestraal en Gooiland.”

“Wat mij wel opviel, was dat ik het centrum veel minder stads vond dan toen ik als tiener en twintiger en nog weer wat later beroepsmatig Hilversum bezocht. Ik herinner mij een levendig centrum met bijzondere winkels, waaronder een prachtig filiaal van de Amsterdamse RAF en een jongerencentrum waarvoor we als tieners uit Beverwijk kwamen rijden voor een concert. De Tagrijn, tegenwoordig De Vorstin. Hilversum wordt uitgedaagd als mediastad. Hilversum verdient echt beter als het om cultuur, een gevarieerd horeca- en winkelaanbod gaat en om dynamiek. Ik zou niet zo trots zijn op dat predikaat ‘dorp’, al moeten we zeker dat zorgzame en groene bewaken, dat idee van wijken als tuindorpen. Met dank aan Dudok.”

Afgesplitst en opnieuw begonnen

Afscheid van de PvdA was geen fijne ervaring, benadrukt Joop. “Zoiets doe je niet als daar niet het nodig aan vooraf is gegaan. Dat het in deze afdeling al jaren rommelt is een publiek geheim. Als nieuwkomer in de mediastad kwam ik daar in 2017 al op een onprettige manier achter, in de aanloop van de verkiezingen.” Spijt heeft hij niet van zijn vertrek. “Als ik zie hoe de lokale PvdA-leiding zich opstelt, zonder enige zelfreflectie, dan kan ik slechts concluderen dat ik een verstandig besluit heb genomen.”

Hoe kwam je bij OpStand.nu? “Na mijn afscheid bij MUG Magazine had ik een idee voor een nieuws- en opinieplatform. Omdat ik mijn handen vol had aan de PvdA en het herdenken van de Hilversumse Februaristaking liep dat vast. De laatste verkiezingsuitslag, het radicaal-rechtse kabinet Schoof/Wilders (PVV, VVD, NSC, BBB) dat daarop volgde én de fusie met GroenLinks hebben echter mijn zorgen over de verrechtsing en radicalisering alleen maar vergroot. OpStand staat voor twee dingen: voor sociale en culturele verheffing én voor opstaan tegen onrecht. Een nieuw soort wakker worden, als vaccin tegen fascisme. Niet gericht op identiteit, maar op sociale rechtvaardigheid en op het versterken van onze democratie en individuele vrijheid.”

Meer dan een eenmansfractie. “Jazeker, ik nodig Hilversummers en inwoners van Wijdemeren van harte uit om mee te denken over wat onze gemeente nodig heeft. Er is meer dan genoeg rechts-populisme in dit land. Wat meer keuze op links kan geen kwaad. Misschien is het tijd voor een nieuw progressief-links geluid, dat ook verder klinkt dan de eigen achtertuin. Als eenmansfractie mag ik mij laten bijstaan door commissiewoordvoerders, ook wel burgerraadsleden of fractiemedewerkers genoemd.” Voorwaarde is wel dat je de standpunten van Fractie Lahaise/OpStand op hoofdlijnen deelt. Ook handig: hier vind je het PvdA-verkiezingsprogramma 2022, waar ook de handtekening van Joop Lahaise onder staat. Stem je tot nu toe iets anders? Geen probleem.

Reacties

Nog geen reacties. Waarom begin je de discussie niet?

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *