De dagelijkse berichten over uithongering en genocide op de Palestijnse bevolking van Gaza laten niemand onberoerd, ook niet wie Israël een warm hart toedraagt. Fractie Lahaise vindt dat lokale politici zich mogen uitspreken over oorlogsmisdaden door het Netanyahu-regime. Dit ook om polarisatie binnen onze gemeenschappen te voorkomen en de dialoog levend te houden.
Dat niet iedereen deze mening deelt, werd pijnlijk duidelijk bij het indienen van een motie door Fractie Lahaise en D66. Bijna de helft van de Hilversumse raad verliet demonstratief de raadzaal om maar geen standpunt te hoeven innemen. De motie werd met de krapst mogelijke meerderheid aangenomen. Extra wrang: sommige partijen meenden de indieners te moeten beschuldigen van polariseren, de zaak op scherp zetten en van het indienen van een ‘Haagse motie’.
Wat is een Haagse motie, en wat mankeert daaraan? Met die weinig complimenteuze term doelt men doorgaans op een voorstel van vooral symbolische betekenis, omdat een gemeenteraad nu eenmaal niet gaat over pakweg hongersnood in de Sahel, klimaatverandering, religieuze onderdrukking in Iran, de Russische invasie van Oekraïne of de terreuraanslag van Hamas op 7 oktober 2023. Toch worden dergelijke voorstellen met enige regelmaat gedaan, soms inderdaad slechts om een signaal af te geven. Zo vroegen de Hilversumse VVD en CDA het college de Hamas-terreur te veroordelen en solidariteit met Israël te tonen.
Toch raken ‘Haagse moties’ vaak wel degelijk ook de eigen gemeente, rechtstreeks of indirect. Via zo’n motie neemt de raad een standpunt in waarmee groepen in de samenleving wellicht gesterkt worden in het besef dat zij niet alleen staan in hun zorgen of verontwaardiging. Een Haagse motie kan op die manier louterend en de-escalerend werken – het tegendeel van polarisatie.
Ook kan zo’n motie, als onderdeel van het gevraagde raadsbesluit, burgemeester en wethouders aansporen tot actie binnen hun bevoegdheid en werkterrein. In het geval van de Gaza-motie was dat de oproep om met vertegenwoordigers van betrokken gemeenschappen in gesprek te gaan over de vraag: ‘hoe behouden/creëren we in Hilversum een open debatcultuur zonder dat bevolkingsgroepen tegenover elkaar komen te staan?’
Niet ongebruikelijk

Dat gemeenteraden een statement afleggen over iets wat buiten hun gezag ligt, is niet nieuw. In de progressieve jaren ’70 en ’80 van de vorige eeuw verklaarden meerdere Nederlandse gemeenten zich ‘kernwapenvrij’, hoewel daar zeker geen sprake was van opslag van kernwapens en gemeenten daar sowieso niet over gingen. Toen niet en nog steeds niet.
Heden ten dage noemen zo’n 65 gemeenten zich ‘Fairtrade gemeente’, suggererend dat zij consequent eisen stellen ten behoeve van een eerlijke handel van producten uit vooral de Derde Wereld. Niet profiteren van uitbuiting dus… of die belofte wordt waargemaakt is zeer de vraag. Dit nog los van de vraag hoe ‘eerlijk’ fair trade-producten zijn.
Als toen nog PvdA-raadslid diende ik in 2024 motie M24-113 in. Daarin sprak de gemeente Hilversum zijn zorgen uit over de voorgenomen bezuinigingen op de publieke omroep. Het directe Hilversums ‘eigenbelang’ was heel duidelijk: werkgelegenheid. Alleen ging raad noch college over deze door een (extreem)rechts kabinet voorgestelde bezuiniging. Toch achtte vrijwel de gehele raad (op BVNL en twee raadsleden van lokale partij HvH na) de voorgestelde brief aan het kabinet waardevol. Helaas vond de burgemeester het niet nodig de motie uit te voeren en is er inmiddels sprake van 157 miljoen euro in plaats van ‘slechts’ 100 miljoen.
Dat gemeenten zich uitspreken over landelijk beleid is niet uitzonderlijk. Maar ze nemen zelden een standpunt in over beleid dat ze niet aangaat, signaleert hoogleraar decentrale overheden Geerten Boogaard. Dat de gemeenten dat nu wel doen, is volgens Boogaard bijzonder maar niet onlogisch. In dagblad Trouw zegt de hoogleraar: ‘Als de gemoederen hoog oplopen, kunnen lokale overheden een uitlaatklep zijn. En daar zijn ze ook voor. Gemeenteraden worden geacht om gevoelens van de bevolking tot uiting te brengen.’ Zo vreemd is het dus niet om een afkeurende motie over de genocidale praktijken in Gaza in te dienen.
Van genocidaal naar genocide, terug naar Gaza
Ondertussen gaat het van kwaad tot erger in Israël. Naast de nu al ruim 60.000 gedode Gazanen voert het Netanyahu-regime overduidelijk een uithongerings- en uitroeiingsoorlog, met als einddoel de inname van een Palestijnen-vrij Gaza. Het is een tactiek van de verschroeide aarde, oftewel ‘holocaust’, volgens Volkskrant-columniste Marcia Luyten. Een besmette term? Jazeker, zo besmet als iedere vergelijking tussen Israëls misdaden en de geschiedenis, maar daarom niet minder treffend. Ook de andere Palestijnse gebieden in wat Israël als zijn grondgebied beschouwt, op grond van religieus ‘recht’ en eeuwenlange jodenvervolging, wacht ‘omvolking’. De internationaal gebruikte, wat omfloerste term ‘genocidale oorlogshandeling’ mag inmiddels gewoon genocide, oftewel volkerenmoord worden genoemd.
Op LinkedIn vestigde ik een paar keer de aandacht op de meest gruwelijke persfoto’s van deze zomer, van uitgemergelde kinderen en van orthodox-joodse Israëli die vanaf een heuvel, als toeristen het platbranden van Palestijnse Gaza aanschouwden (zie foto bij dit artikel). Ik schreef het volgende:
Is geschiedenis om van te leren? Waarom gebeurt dat dan niet. Of denken Israëli: ‘Ach, die Duitsers zijn er ook goed mee weggekomen. Dus waarom doen wij niet hetzelfde?’ Zo bezien zijn er echt wel lessen getrokken. Alleen de gaskamers ontbreken nog. Misschien moet een bureau als de Boston Consultaning Group (BCG) dat idee nog even slim verpakken. Of mag Trump er een verdienmodel aan verbinden, een methode waar hij en zijn makkers ook iets aan hebben zoals Agent Orange (Monsanto/Bayer, Dow) Ja, van deze etnische zuivering, deze holocaust wordt een mens extra cynisch. Wie had kunnen bedenken dat Israël zich zou ontwikkelen tot een fascistische moordmachine? Waarschijnlijk iedereen met enig psychologisch inzicht. Slachtoffers van geweld lopen groter risico zelf dader te worden. Je moet misschien ook wel een heilige zijn wil je eeuwen van antisemitisme, culminerend in de Shoah niet in haat omzetten. Palestijnen hebben gelijk dat ze het westen wantrouwen, niet alleen vanwege het kolonialisme als fundament van de staat Israël – een wrang soort Wiedergutmachung op rekening van de ander. Daarbij is iedere religie die het eigen volk als uitverkoren beschouwt een recept voor minachting van de ander. Ik herlees Primo Levi’s ‘De verdronkenen en de geredden’ en vrees het ergste voor Israël.
Deze bijdrage werd door LinkedIn gecensureerd. Waarom? Te confronterend, te direct? Te anti-Amerikaans of zelfs antisemitisch, voor wie dat graag in mijn Israël-kritiek leest? Hoe dan ook, dit is hoe ik erover denk en wie mij van antisemitisme verdenkt, mag mijn Gaza-motie M25-52 er nog eens goed op nalezen. Of bedenken waarvoor ik mij jaren heb ingezet als trekker van de Hilversumse herdenking van de Februaristaking 1941, een van de zeldzame krachtige protesten tegen jodenvervolging door bezetter nazi-Duitsland.
Recht op zelfverdediging
In mijn gecensureerde LinkedIn-post refereer ik aan het onrechtmatige ontstaan van de staat Israël en Europa’s zwarte geschiedenis als het gaat om antisemitisme en kolonialisme. Toch ben ik van mening dat ook het Israëlische volk recht heeft op een vreedzaam, veilig bestaan. Generaties van nu hoeven niet te lijden onder de fouten van voorouders, of die nu wel niet tot ‘het eigen volk’ behoorden. Om die reden was ik weinig enthousiast over de motie van GroenLinks/PvdA-parlementariër Kata Piri, waarin zij opriep tot een (tijdelijk) volledig wapenembargo, inclusief spul dat louter voor Israëls verdediging ingezet kan worden. Dat lijkt mij in strijd met hetzelfde zelfbeschikkingsrecht als waar Palestijnen zich tevergeefs op beroepen, al sedert de Balfour Declaration van 1917. Het is belangrijk dat politieke partijen zich uitspreken, maar onrecht bestrijd je niet met onrecht.
Daarop aansluitend: ook antisemitisme bestrijd je niet met antisemitisme. Toch was antisemitisme een belangrijke drijfveer achter het laten stichten van de staat Israël op Palestijns grondgebied onder Brits mandaat, nog ruim vóór de Duitse explosie van jodenhaat onder het Hitler-regime. De Britse buza-minister Arthur James Balfour (1848-1930) was antisemiet, zoals zeer velen van zijn tijdgenoten in Europa en de VS. Naast koloniaal eigenbelang – Westerse controle over de Levant en het Suez-kanaal door het daar laten settelen van Europeanen, want ‘Europeaan’ waren veruit de meeste zionisten immers ook nog steeds – speelde de wens om het jodendom in Europa te decimeren. Anders dan vaak gedacht had Duitsland geen patent op antisemitisme… integendeel. In de wens om een Joods thuisland te stichten vonden zionisten en antisemieten elkaar volledig.
Overigens zagen ook de Britten dat het in mandaatgebied (een sjieke term voor kolonie) Palestina droppen van een groot contingent joodse Europeanen op Arabische weerstand zou stuiten. Niet alleen vanwege het karakter van ongevraagde massamigratie en het toe-eigenen van grondgebied, maar ook vanwege antisemitisme in de Arabische wereld. Hoewel lang niet zo diepgeworteld en destructief als het Westerse antisemitisme, liepen joden ook in islamitische landen in meer of mindere mate gevaar. De joodse immigratiegolven vanaf 1880 (aliyot) stuitten al snel op verzet onder de autochtone bevolking en haar religieuze leiders. Daarbij toonde vooral de charismatische reli-fascist Amin al-Hoesseini (grootmoefti van Jeruzalem) zich een fanatiek antisemiet.
Het Arabische antisemitisme heeft ook Europese wortels, versterkt door het nazisme. Genoemde grootmoefti van Jeruzalem was dikke maatjes met Hitler. Maar vooral het discrimineren, onderdrukken en verdrijven van de oorspronkelijke merendeels Palestijnse bevolking in wat vanaf 1948 Israël mocht heten, zette voldoende kwaad bloed om de Britse voorspelling te laten uitkomen. De burgeroorlog van 1948 eindigde met de contouren van het huidige Israël, compleet met de Westoever en Gaza als Palestijns getto. Saillant: een van Balfours critici van het eerste uur was zijn collega Edwin Montagu, minister voor Brits-Indië, liberaal en een praktiserende doch antizionistische jood. Het zionisme paste in het destijds heersend racistisch-koloniaal denken.
De wijze waarop Israël onder rechts-extremistische vlag wraak neemt op Hamas (een op zich zeer begrijpelijke wraak) en feitelijk op de gehele Palestijnse bevolking roept associaties op met het getto van Warschau, compleet met uithongering en vernietiging dan wel verdrijving van een compleet volksdeel als einddoel. De overeenkomsten met destijds, inclusief Hitlers Lebensraum-politiek, op puur racisme geënt nazisme zijn even cynisch als gruwelijk, maar onvermijdelijk. Met antisemitisme heeft dit niets te maken, veeleer met de vrees dat Israël zichzelf hiermee ten gronde richt. Netanyahu bewijst zowel Hitler als al-Hoesseini postuum een grote dienst. Extra wrang is dat nogal wat extreem-rechtse opvattingen in de regering Netanyahu naadloos aansluiten op het wereldbeeld van nationaalsocialisten en gewelddadig islamitisch extremisme. Gaza kent alleen verliezers.