Raadhuis Hilversum ©JPL
Raadhuis Hilversum ©JPL

Gemeentebestuur in de min

HILVERSUM – Hoe blij is de Hilversummer met zijn woonstee, gemeente en bestuur? De gemeente laat dat jaarlijkse onderzoeken. De jongste cijfers stemmen enigszins teleur. Vooral over het gemeentebestuur is men minder tevreden. Het college zet vraagtekens bij de opzet van het onderzoek; Fractie Lahaise bij de uitkomsten.

In de Hilversum Monitor, uitgevoerd door het Hilversumse onderzoeksbureau Research 2Evolve, komen diverse thema’s aan bod zoals wonen, leefomgeving, veiligheid, bereikbaarheid, sociale voorzieningen en tevredenheid met het gemeentebestuur. In totaal vulden 2.552 inwoners de vragenlijst in.

Enkele uitkomsten vallen op. Zo gingen Hilversummers in 2024 vaker op zoek naar een woning elders. Waar een jaar eerder vier op de tien inwoners een woning buiten Hilversum zochten, was dat vorig jaar de helft. Daaronder vooral thuiswonenden kinderen. College van B & W en ondervraagden verschillen van mening over de oorzaak. Het college wijst op de landelijke woningnood. Hilversummers zien vooral oplopende huizenprijzen. Schaarse nieuwbouw zit meest in de hogere, voor veel inwoners onbereikbare prijsklassen. Het tekort aan betaalbare woningen groeit daardoor.

Fractie Lahaise erkent dat er sprake is van een woningtekort in bijna heel Nederland maar maakt een andere analyse dan het college. Er is zeker sprake van een ‘mismatch’: het Gooi telt genoeg buitenmaatse villa’s die misschien gesplitst kunnen worden ten behoeve van jongeren- en alleenstaandenhuisvesting. Ook is er nogal wat (speculatie)leegstand. En de druk van lucratieve, al dan niet legale verhuur aan onder meer arbeidsmigranten laat zich ook voelen. Met pijn en moeite door de PvdA (met inbreng van Lahaise) ingebrachte leegstandsverordening en opkoopbescherming zijn – hoe belangrijk ook – vooralsnog een druppel op de gloeiende plaat, voor zover ze al zijn uitgevoerd. Daarnaast is er tegen de huidige, door de economie aangejaagde snelle bevolkingsgroei simpelweg niet op te bouwen.

Tevreden met de buurt

Aan algehele tevredenheid met de eigen buurt lag het niet. De eigen buurt wordt nog steeds als prettig en veilig ervaren (door 87% van de ondervraagde bewoners). Bijzonder: in de achterliggende bijna tien jaar (vanaf 2016) vonden meer bewoners dat hun buurt ‘vooruit is gegaan’. Vreemd genoeg meent een eveneens groeiend aantal Hilversummers dat de eigen buurt juist achteruit is gegaan: van 10 procent in 2016 naar 22 procent in 2024. Dat is ruim een verdubbeling. Die tegenstrijdigheid moet wel per buurt verschillen. En dat klopt. In de Meent, Zuid en de villawijken is men een stuk tevredener dan in Noord-Oost, Kerkelanden, Centrum en Oost.

Het aandeel inwoners dat vindt dat er sociaal onveilige plekken zijn in de buurt is licht gestegen. Ook vinden minder inwoners hun buurt netjes. In 2016 vond nog 67 procent dat de buurt netjes en schoon is, maar dit is in 2024 gedaald naar 58 procent. Mogelijk dat meer ondergrondse containers en het niet langer gratis ophalen van grofvuil door de GAD de oorzaak is, zo ziet ook het college. Ook de fastfood-cultuur helpt niet mee. Zwerfafval is een probleem in en rondom het centrum. Ten slotte is er meer overlast door hondenpoep. Het college: ‘Factoren zoals een groeiend aantal hondenuitlaatservices, verhoogde drukte in natuurgebieden en beleidsveranderingen zoals de afschaffing van de hondenbelasting ondersteunen dit.’

Fractie Lahaise is dol op honden maar vindt het afschaffen van de hondenbelasting een ondoordachte, populistische en dieronvriendelijke beslissing. Hondenbelasting werpt, hoe bescheiden ook, een drempel op tegen de onbezonnen aanschaf van een huisdier. Hondenbezitters weten: een hond vraagt niet alleen liefde en aandacht maar ook vaak dure verzorging. Dankzij marktwerking zijn veel dierenartsen onbetaalbaar geworden en door inflatie is ook de hond zijn dagelijkse maaltje behoorlijk aan de prijs. Bovendien kan de opbrengst van hondenbelasting prima worden gebruikt om de ‘poepzuiger’ ook in andere buurten dan het Raadhuiskwartier in te zetten en meer afvalbakken te plaatsen waar hondenbezitters hun poepzakjes kunnen dumpen. Inwoners met een laag inkomen zouden vrijstelling kunnen aanvragen van hondenbelasting.

Buurten – zeker buiten de sjiekere en toch al goed onderhouden, lommerrijke wijken – mogen wel wat groener, vinden meer Hilversummers dan voorheen. Inwoners zien graag meer bomen tegen de hitte. Menigeen wil graag bijdragen aan vergroening door zelf geveltuintjes aan te leggen en mee te doen met ‘tegelwippen’.

Sport en cultuur

De tevredenheid over sportvoorzieningen is licht afgenomen. Al vindt nog altijd 65 procent dat er genoeg mogelijkheden zijn voor sport en recreatie. Hoewel een groeiwijk met veel jonge gezinnen scoort Oost slecht qua sportvoorzieningen. Dat vertaalt zich dan ook in een grotere ontevredenheid op dit onderwerp. De tevredenheid over het cultuuraanbod bleef ongeveer gelijk onder Hilversummers en ligt nog steeds op het lage niveau van 2016: slechts 51 procent van de inwoners is tevreden.

De behoefte aan zorg of hulp neemt toe. In 2024 gaf bijna een kwart van de inwoners aan behoefte te hebben aan zorg of hulp in het huishouden. Vergrijzing speelt hier ongetwijfeld een rol. Meer Hilversummers ontvingen mantelzorg, dus zorg van familie, vrienden of buren.

Drie op de tien inwoners voelt zich eenzaam. Dit is toegenomen vergeleken met 2023, toen een op de vijf zich eenzaam voelde. Vanaf 2016 gerekend valt op dat minder dan drie op tien inwoners regelmatig (tenminste één keer per week) contact heeft met de buren, terwijl dat voorheen nog vier op de tien was. Er is dus minder burencontact dan in 2016. Mogelijk is er een verband met de uitkomst dat in bepaalde buurten bewoners hun wijk achteruit zien gaan.

Vooral centrumbewoners voelen zich minder verbonden met hun buurt en helpen elkaar minder vaak. Ze ervaren vaker discriminatie en geven het vaakst aan zich eenzaam te voelen. Inwoners van de wijk Centrum geven vaker aan dat zowel de eigen buurt als Hilversum in het algemeen achteruit is gegaan. Ook is men vaker ontevreden over sportvoorzieningen, het groen in de wijk en over het aanbod van evenementen, terwijl ze daar in het jubileumjaar (600 jaar Hilversum) 2024 toch volop van mee konden genieten.

Meer discriminatie, minder aangifte

Hoewel er van een forse toename geen sprake is, is discriminatie een groeiend probleem in de mediastad. Maar liefst een op de acht (13%) inwoners had daar ervaring mee. In 2023 was dat nog 11 procent. Er is niet alleen sprake van discriminatie vanwege huidskleur, afkomst of religie. Een op de tien inwoners staat negatief tegenover zoenende mannen in de openbare ruimte, en ook twee zoenende vrouwen kunnen op afkeuring rekenen van zo’n 7 procent van de inwoners. Als verklaring noemt de gemeente een ‘maatschappelijke trend van toenemende polarisatie’. Men zou ook aan verrechtsing van het publieke debat (SBS, RTL, WNL/Telegraaf etc.) kunnen denken, en aan een groeiend aandeel Hilversummers met een weinig tolerante religieus-culturele achtergrond. De tolerantie jegens ‘de ander’ neemt hoe dan ook af, en dat is ronduit zorgelijk.

Terwijl er meer discriminatie wordt gemeten, doen steeds minder mensen hiervan aangifte. In 2024 deed 75 procent geen aangifte. Een jaar eerder was dat nog 67 procent. Inwoners geven aan niet goed te weten waar zij discriminatie kunnen melden. Dat is opmerkelijk, temeer daar het college juist hoog opgeeft over het eigen inclusie- en antidiscriminatiebeleid. Anderzijds rijmt de afname van de aangiftebereidheid met het capaciteitsprobleem van de politie. Wie aangifte wil doen, krijgt nogal eens nul op het rekest.

Minder aangiftes betekent dat gemeente en politie waarschijnlijk geen kloppend beeld hebben van de werkelijke discriminatiecijfers, afgezien van het indicatieve karakter van de Hilversum Monitor. Ondervraagde Hilversummers gaven de gemeente wel tips: vermeld het meldpunt duidelijk op de gemeentelijke website, verspreid flyers in meerdere talen en voer campagnes rondom speciale dagen. Inwoners willen zelf actief verwijzen naar het meldpunt, discriminatie bespreken in eigen kringen en deelnemen aan bewustwordingsactiviteiten.

Fractie Lahaise is het daar mee eens, maar vindt ook dat de burgemeester met de politie in gesprek moet gaan over de manier waarop zij met aangiftes opneemt. Wellicht dat met de heropening van het politiebureau aan de Groest ook de drempel wordt verlaagd naar het doen van aangifte.

Bereikbaarheid en verkeer(sveiligheid)

Net zoals vorig jaar en het jaar daarvoor geven Hilversummers de bereikbaarheid van het centrum met de fiets met een ruime 8. Met de auto naar het centrum krijgt daarentegen een schamele 5,2. Dat is overigens in lijn met het Hilversumse beleid, dat een autoluw centrum nastreeft. Nog geen 30 procent van de Hilversummers is tevreden over het reizen met de auto binnen de eigen woonplaats. Opvallend: nog steeds staan alle parkeergarages, ook de midden in het winkelhart gelegen Hilvertshof-garage, meestentijds half leeg.

Ruim vier op de tien inwoners fietst dagelijks. Een groot deel is tevreden over fiets- (75%) en
wandelmogelijkheden (84%). Dat is opvallend, zeker voor wie zich weleens door de nauwe, vol geparkeerde straatjes van Oud-Oost/Kleine Drift, Klein Rome en de Bloemenbuurt probeert te wurmen. Fietsers zien graag meer stallingsmogelijkheden.

Ruim de helft (53%) geeft aan dat er plekken zijn waar de verkeersveiligheid verbeterd kan worden. Hierin is de afgelopen periode geen verbetering opgetreden. Er zijn uiteraard verschillen per buurt.
Vooral in Zuidoost (60%), Oost (59%), Zuid (59%) en Centrum (58%) is de meeste behoefte aan verbetering.

Er is een licht stijgende trend in het veiligheidsgevoel ’s avonds op straat in het centrum van Hilversum. In 2024 geeft zes op de tien inwoners aan zich dan veilig te voelen.

Minder vertrouwen in gemeentebestuur

Het vertrouwen van inwoners in het gemeentebestuur neemt af, van 28 procent in 2023 naar nog maar 23 (minder dan een kwart) in 2024. Vorig jaar had 13 procent weinig tot geen vertrouwen in het gemeentebestuur, een jaar eerder was dat 8 procent. Ook het percentage inwoners dat zich gehoord voelt bij plannen, activiteiten en voorzieningen daalde, van 36 naar nog maar 28 procent.

De waardering voor de dienstverlening bleef ongeveer gelijk. Het aandeel inwoners dat gebruik maakte van het Sociaal Plein nam af tot 15 procent van de inwoners. In 2018 was dat nog ruim één kwart (27%). Er werd vooral minder vaak een beroep gedaan op de sociale dienst (werk en inkomen). Lag dat 2022 nog op 32 procent, twee jaar later is dat nog maar 23 procent. Dat wil helaas niet zeggen dat de armoede in Hilversum is afgenomen. Wat wel licht afnam, is de waardering voor het Sociaal Plein, al scoort de dienst nog steeds een ruim voldoende (7,1).

Commentaar: Dit speelt niet alleen in Hilversum. Burgers stellen almaar minder vertrouwen in hun volksvertegenwoordigers, hun politieke besturen, overheidsinstanties en de rechtspraak. Bureaucratisering en digitalisering vergroten de kloof tussen burgers en hun overheid. Ook het afstoten van overheidstaken ten gunste van marktpartijen helpt niet. Doorgeschoten liberalisering leidt ertoe dat mensen meer en meer met zichzelf bezig zijn en niet met de publieke zaak. Decennia van oplopende bezuiniging – denk aan politie, justitie, zorg, onderwijs, volkshuisvesting – leidt tot teleurstelling en meer wantrouwen. Qua betrouwbaarheid heeft de overheid ingeleverd, en dat zeker niet alleen bij agrariërs en bouwondernemers. Migratie heeft veel positieve kanten maar leidt, uit balans, ook tot vervreemding. Daar profiteren traditiegetrouw rechts-populistische partijen van, met hun vaak nogal racistische anti-overheidsagenda. Ten slotte dragen populistische media (SBS, RTL, Telegraaf/WNL) gretig bij aan de versimpeling van maatschappelijke problemen en het aan ‘linkse’ politiek toeschrijven van alles wat er in hun ogen fout gaat. Aan de onderkant groeit de armoede, terwijl de middenklasse bang is te verliezen wat in generaties is opgebouwd, in het onaangename besef – of de ontkenning – dat de grenzen van de groei ten koste van mens en milieu bereikt zijn. Maar ook democratische partijen dragen een grote verantwoordelijkheid door eigenbelang (partijbelang, posities) boven het maatschappelijk belang te plaatsen, hun ideologisch veren af te schudden en de kop in het zand te steken voor wat er in de samenleving gaande is. Zijn we terug bij af? Zien we een herhaling van de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw? De overeenkomsten zijn soms angstaanjagend.

Reacties

Nog geen reacties. Waarom begin je de discussie niet?

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *